Home Classic Tourist Bedrijven    
Historisch - Protestantse Wandeling door Brugge | Regiobrugge.be Tourist
Historisch - Protestantse Wandeling door Brugge

Het Keerske Onze wandeling langs Protestantse huizen start bij 't Keerske, het kerkgebouw van de Verenigde Protestantse Kerk Keersstraat 1 (zijstraat van de Philipstockstraat vlakbij de Markt).

We wandelen naar de Cordoeaniersstraat, tot aan het huisnummer 13. Het huis genaamd Coudenburg of Coudenbrouck ( naargelang de bronnen) was ooit het woonhuis van priester Willem Huwijn van de Sint-Donaaskerk. Vanaf 1566 staakte deze R-K geestelijke zijn bediening, woonde regelmatig de hagenpreken bij en trad in het huwelijk. Het jaar daarop moest hij vluchten. Hij werd bij verstek veroordeeld en verbannen. Zijn bezittingen kwamen onder de hamer. Verder weten we van hem niets meer, tenzij dat in 1580 ene weduwe Willem Huwijn terug in Brugge opduikt, wanneer het calvinisme in de stad de bovenhand krijgt.

Van hieruit wandelen we naar de Markt, langsheen de prachtige gildenhuizen, nu alle uitgebaat als restaurants. Hier, tussen de Eiermarkt en de Geernaertstraat, stond vroeger een grote kapel. Johan Ballegeer, notoir Brugge-kenner, spreekt zelfs over een kerk. Die kerk was de Sint-Kristoffelkerk. Al in 961 is sprake van een kapel op de Markt. Ze werd afgebroken in 1786. De kapel was ook gewijd aan Petrus en Nikolaas, patroon der vissers en visverkopers. Hun gildenhuis was het huidige restaurant "La civière d'Or", (de gouden draagstoel). Tijdens de Calvinistische Republiek, tussen 1578 en 1584, werd deze kerk als allereerste gebruikt voor Protestantse erediensten, omdat ze zo centraal gelegen was. De Calvinistische Republiek was een periode van 6 jaren, tijdens dewelke Brugge een volledig protestants bestuur kende en het uitoefenen van Rooms-katholieke erediensten verboden was.


Rechtover de verdwenen Sint-Kristoffelkapel, waar nu de BBL staat, was het huis "Moriaenshoofd". Het werd afgebroken in 1912. Hier woonde Gilles Lems. Hij had hier een kruidenwinkel of apothekerij, en tevens een kruidenstalletje op de Marktdagen. In 1566 maakte hij deel uit van het Brugs calvinistisch consistorie. 1566 kreeg de naam "wonderjaar" mee, omdat de landvoogdes, Margaretha van Parma, toeliet dat het protestantisme oogluikend naast de katholieke godsdienst werd beleden. Bovendien was 1566 het jaar van de Beeldenstorm. Brugge bleef echter quasi onaangetast, dank zij de massa soldaten die kerken en kloosters bewaakte en verdedigde. Lems stelde zijn huis open voor protestantse vergaderingen en bood in het geheim onderdak aan buitenlandse predikanten. Het volgende jaar moest hij toch naar Londen vluchten. Hij werd verbannen door de Raad van Beroerten opgericht door Alva. Zijn huis werd geconfisqueerd. Tijdens de Calvinistische Republiek verscheen hij weer in Brugge. In 1586 werd hij opnieuw verbannen en overleed in Londen.

We draaien rechts de hoek om en komen op de Eiermarkt. De nummers 4 en 5, aan de overzijde van het pleintje, waren de eigendommen van de lakenkoopman Godefroot Slabbaert. Hij was goed thuis in de kringen van de Engelse wolhandelaars. Zijn zuster huwde zelfs met de invloedrijke Engelse koopman, Thomas Molinet. Onder diens invloed stapte Slabbaert over naar de nieuwe leer en werd zelfs in de bewogen jaren '60 één der voormannen van het protestantisme in Brugge. De Raad van Beroerten zette Slabbaert gevangen in het Brugse Steen, de toenmalige gevangenis op de Burg, die op het einde van de wandeling aan bod komt.

Dank zij drie van zijn vrienden kon hij ontsnappen en vluchtte naar Londen maar... zijn bevrijders werden aangehouden en geëxecuteerd. Bij het herstel van het calvinisme in 1578, werd hij weer in Brugge opgemerkt, maar verder is zijn levensloop vaag.

Wel is zeker dat de namen van de families Molinet en Slabbaert opduiken in Ierland op het einde van de 16e eeuw. De huizen van Slabbaert droegen in die tijd de namen "'t Groot Beerken" en "De Beer" en dateerden uit de 15e eeuw. De gevels werden in de 18e eeuw drastisch verbouw, maar de structurele onderdelen van de panden zijn nog middeleeuws.

We lopen nu over de Markt terug tot aan de Vlamingstraat. Het hoekhuis (hoek Markt en Philipstockstraat) was in de 16e eeuw de woning van de zijdelakenkoopman Domyn Vaerheil, die het omstreeks 1500 liet bouwen. Documenten uit die tijd omschrijven het pand als "een zeer schoone wyncle". We weten ook dat Vaerheil zijn pand met zorg had gestoffeerd, diverse gedrukte boeken bezat (wat nog niet evident was in de 16e eeuw) en bovendien een groot wapenarsenaal. Al in 1566 waren de calvinistische sympathieën van deze internationaal gerichte koopman bekend. Tijdens de repressie vluchtte Vaerheil naar het buitenland, zoals zovelen, en werd zijn huis onder sekwester geplaatst. Even vlot en mits het betalen van een boete trad hij opnieuw toe tot de katholieke kerk. Tijdens de calvinistische republiek maakte hij dan weer deel uit van het stadsbestuur. Bij het einde van die periode in 1584, werd hij de stad uitgezet. In 1601 vinden we hem, of zijn gelijknamige zoon, terug als lid van de Nederlandstalige vluchtelingenkerk in Londen.


We lopen nu de Vlamingstraat door. Hier ontbreekt het niet aan 16e- eeuwse bezienswaardigheden. Deze straat, en niet de Steenstraat, was tot aan het einde van de 16e eeuw, de drukste handelsas van Brugge. Hier woonden o.m. alle belangrijke wijnkooplieden en hun wijnkelders waren erg in trek. Het huis nummer 11 dateert van het einde van de 15e eeuw en heeft een zeldzame natuurstenen puntgevel. De nu nog bewaarde kelder zou zelfs teruggaan naar de 13e eeuw. Dit was de toenmalige wijntaveerne "De Munt" en is grotendeels bewaard. Op het einde van de 16e eeuw woonde hier de herbergier Hendrik de Puyssenaere. Op vastenavond 1591, stonde de toen 40-jarige de Puyssenaere met enkele andere Bruggelingen op wacht aan de Ezelpoort. Alle gezonde mannen waren toen verplicht burgerwachtdienst te doen. Tijdens een losse babbel ontpopten enkele wachters zich als felle antipapisten. Het bleek dat ze de aflaten hadden gehekeld, alsook het verbod om vlees te eten tijdens de vasten en ze hadden de paus bestempeld als geldwolf en hoerenloper. De blasfemie kreeg een gerechtelijk staartje. De Puyssenaere werd eerst beschuldigd, werd later als getuige opgeroepen en ging tenslotte vrijuit in deze zaak.

Aan de overkant van de straat, aan het huisnummer 22, staat het huis De Cuelenare, een bakstenen bouwwerk met een typische Brugse trapgevel. Het zou ca. 1519 gebouwd zijn. Er is nog een ruime kelder uit die tijd. In 1572 werd ene Pieter Cobrisse, kaarsgieter van beroep, eigenaar van het huis. Zijn schoonzoon, Antheunis de Mel, eveneens kaarsgieter, kreeg het in 1598 in zijn bezit. Zijn broer, Mailliaert de Mel, was schepen tijdens het calvinistische bestuur, tot hij in 1584 uit de stad werd verbannen.

We komen aan de Nikolaas Desparsstraat. Desspars was kroniekschrijver, maar tevens burgemeester van het calvinistische Brugge tussen 1578 en 1584. Dank zij hem, weten we nu zo veel over deze beroerde periode van de Brugse geschiedenis.

We lopen verder de Vlamingstraat door. Het huis nummer 23 is genaamd "De Pelikaan". De gevel dateert pas uit 1672 maar het pand is ouder. In het midden van de 16e eeuw werd het bewoond door Jan van Eyewerve. Deze rijke wijnkoopman en zijn vrouw Jacquemyne Buuck werden in 1551 door Pieter Pourbus geportretteerd. De schilderijen zijn te bewonderen in het Groeninghemuseum.

Nr. 25 "De Galeye", heeft bouwresten die teruggaan tot de 13e eeuw. Het gebouw werd in 1992 gesloopt. De broer van Pieter Cobrisse, de kaarsgieter uit het huis de Cuelenaere, was Claes Cobrisse.

Hij bewoonde dit huis als grootste wijnkoopman van de stad en kon vanuit zijn woonkamer de activiteiten op het Kraanplein, aan de overkant, goed volgen. Vanaf 1566 was deze Claes Cobrisse lid van de prille calvinistische gemeente. Ook hij kwam in 1578 in het bestuur van de Calvinistische Republiek, wat hem achteraf een verbanning kostte. Zijn huis werd geconfisqueerd en verhuurd aan een andere wijnkoopman, Gillis Calaigne. Zijn kleinzoon, Paulo Cobrisse en zijn vrouw Anna de Meulenaere stichtten in 1663 een Godshuis voor zeven bejaarde vrouwen in de Leffinghestraat, in de Sint-Annawijk.

We komen aan De Cleene Veronycke op het Theaterplein, het huis vlak tegenover de schouwburg. Halverwege de 16e eeuw woonde hier de protestantse speldenmaker Gillis Moye. Tegen alle afspraken met het stadsbestuur in, liet hij in 1566 zijn dochtertje dopen tijdens een bijeenkomst in open lucht, net buiten de stad. Hij werd uit de stad gezet en voor eeuwig verbannen. Zijn vrouw moest noodgedwongen het huis verkopen en stierf totaal verarmd in de kelders van het huis.

De Saaihalle, op de hoek van het Theaterplein en de Grauwwerkersstraat, was in de Middeleeuwen de Genuese Loge en de woning van de consul van Genua. In 1516, wegens de verzanding van het Zwin, verlieten de Genuezen Brugge en vestigden zich in Antwerpen. In de geuzentijd kregen uitgeweken wolwevers uit Hondschote het huis in gebruik, vandaar de naam "Saaihalle" oorspronkelijk "witte Saaihalle".

Grauwwerkersstraat nummer 6: dit huis werd bewoond door de weduwe van Juan LuisVives, de Spaanse pedagoog en humanist. Zij kocht het huis aan met het geld van zijn postuum uitgegeven werken. De kunstschilder Jan Antoon Garemijn kocht het in 1770. Hij zou er sterven in 1799. We keren even terug naar Vives: hoewel zijn voorvaderen Spaanse joden waren en hoewel hij zich inliet met heel wat protestanten en humanisten, bleef hij zelf trouw aan zijn katholieke overtuiging.

Op de hoek van de Grauwwerkersstraat en de Pieter Pourbusstraat staat het geboortehuis van Pourbus, nu een restaurant. Pieter Pourbus zelf leefde en werkte in de Jan Miraelstraat. Zijn grootste bekendheid kreeg hij als portretschilder van de welgestelde Brugse burgerij uit de 2e helft van de 16e eeuw.

Deze straat heette oorspronkelijk Coeiestaartstraetken maar toen de Burgemeester Visart de Bocarmé er woonde in 1900, in het toenmalig hof van Puebla, vond hij dat geen naam voor zijn adres, en vermits Pourbus hier op de hoek geboren was, kreeg de straat van toen af zijn naam.

We wandelen tot in de Ezelstraat . Op het brugje, slaan we rechts af en wandelen verder tot aan het Achiel Van Ackerplein. Hier bevindt zich de Ryelandtzaal. Oorspronkelijk was dit de kerk van een Theresianenklooster uit 1648. De zusters Theresianen of ongeschoeide Karmelietessen werden echter door keizer Jozef II, de keizer-koster, tijdens de Oostenrijkse periode opgedoekt.

De gangbare naam "Geuzentempel" werd door de Bruggelingen gegeven aan de kerk, toen het gebouw de hervormde kerk werd voor ambtenaren en militairen van het Verenigd Koninkrijk onder Willem I (garnizoenkerk). In 1833 kwamen de zusters terug en vestigden zich hier vlakbij in de Schuttersstraat. In de 19e eeuw werd de kerk herdoopt tot Saint-Mary's Church voor de grote Anglicaanse Engelse kolonie die zich toen in Brugge gevestigd had. In de jaren '80 werd het fel verkrotte gebouw gerestaureerd tot concertzaal en omgedoopt tot Ryelandtzaal.

Via de Pottenmakerstraat keren we nu terug naar de Vlamingstraat. Het huis Groot Vlaanderen (nu een café op de hoek van de Vlamingstraat en de Korte Winkel werd gebouwd in 1571 door de rijke tapijtenkoopman Vincent Sayon. De volutengevel is van 1717. Sayon stond tijdens de Calvinistische Republiek in het midden van de belangstelling als raadslid, schepen, stadsthesaurier en bovendien stond hij aan het hoofd van het comité dat de verkoop van geconfisqueerde goederen regelde.

Hij leidde de Bruggelingen bij de besprekingen met Alexander Farnese over de overgave van de stad in 1584.

Wandelend richting Markt zien we links de neogotische Jezuïetenkerk. De grootste tegenstanders van de protestanten waren de Jezuïeten, die in die tijd in de Sint-Walburgakerk huisden. Na sluiting door Jozef II, vluchtten de Jezuïeten uit Brugge. In de 19e eeuw kwamen ze naar Brugge terug en lieten deze kerk bouwen. Hier werd tot in 1970 een zondagsdienst in het Frans gehouden. In de jaren '90 werd de kerk verkocht en nu worden hier middeleeuwse banketten voor toeristen gehouden.

Terug op het Theaterplein, slaan we onmiddellijk linksaf tot aan het Jan van Eyckplein en dan rechtsaf tot aan het Biskajersplein. Waar nu het hotel "Biskajer" staat, stond in de 16e eeuw "de Groene Wyncle", het huis en de winkel van Hubert Goltzius uit Venlo. Hij kwam naar Brugge op verzoek van de Brugse humanist Marcus Lauryn. Omdat Lauryn echter ageerde tegen het calvinistische stadsbestuur, werd hij uit de stad verbannen, wat ook meteen de ondergang van Goltzius betekende, want Lauryn was zijn mecenas en geldschieter.

We wandelen via de Wijnzakstraat en de Sint-Jansstraat naar de Ridderstraat. Hier zijn we beland in de Walburgawijk. Op de hoek van de Ridderstraat en de Walburgastraat stond de oude Sint-Walburgakerk, afgebroken ca. 1780. Deze wijk kende het grootste aantal calvinisten, omdat ook hier de meeste handelaars woonden die contact hadden met Nederlanders, Duitsers en Engelsen.

De felheid van de calvinisten tegen het oude geloof blijkt uit een anekdote uit 1563: een "nieuwgezinde" ontving de communie in de kerk, haalde de hostie uit zijn mond, wikkelde het in een doek en knoopte deze aan de deurklopper van de woning van de pastoor.

We lopen door de Ridderstraat tot aan de Hoogstraat, waar we links afslaan en verder wandelen tot op de Burg. Hier woonde bisschop Curtius in de Proosdij van Sint-Donaas (rechts voorbij de bomen). Hij stond bekend als een echte protestantenjager. Hier stond ook het Steen (op de plaats van de huidige tearoom "Tom Pouce"), de eerste stadsgevangenis en hier ook werden de meeste executies voltrokken, meestal op de brandstapel of door onthoofding. Hector van Dommele was in 1528 de eerste die hier ter dood gebracht werd. Hij was mutsenmaker en hoofd van de eerste Lutherse gemeente in Brugge. Na hem zouden nog een 70-tal veroordeelden worden geëxecuteerd.

Via de Burg en de Philipstockstraat wandelen we terug naar 't Keerske, onze startplaats.

Met dank aan Mevrouw D. Constant-Favorin

Mevrouw Constant is sinds mei 1987 de voorzitster van de "VZW De Vrienden van de Protestantse Kerk Brugge".

Al vele jaren leidt zij als gids te Brugge groepen rond. In het kerkblad van de Verenigde Protestantse Kerk Brugge schrijft zij al jarenlang elke maand het graag gelezen artikel "Ikke van Brugge" en van haar hand verscheen in januari 2003 het boek "Ikke van Brugge een eigenzinnige kijk op het verleden in mijn geboortestad". Dit boek is inmiddels uitverkocht, maar de inhoud hiervan is te lezen op de website van de Verenigde Protestantse Kerk Brugge: http://www.vpkb.be/Brugge/

Foto van Mevrouw D. Constant-Favorin