Home Classic Tourist Bedrijven    

Regiobrugge logo 10 Jaar
S.O.S. Lappersfort en Chartreuse
The Lappersfort Poets Society

Een zachte, wrede, okerbruine dood

1.

Ach, lieve, neen
de tijd van de verplichte weekends
op de Buiten of in 't Bos
is nu voorgoed voorbij.
Ik heb mijn eigen tuin
tussen vier oude muren
vol met langzaam groeiend gras
en onkruid en hoog opschietende klaver,
rode mieren die mijn kweekradijzen
ondermijnen en met bromvliegen
- (een echte pest) -
meer dan genoeg natuur
in deze wereld van beschaving
efficiënte orde en kultuur.
Genoeg schandalen in de krant
genoeg geruzie om de aanleg
van een stadspark en de duurte
van een cederboom:
wij zijn de laatsten
ja wij zijn bijna de laatste generatie
van wanhopigen
vernielers of beschermers
van wat lang niet meer bestaat.
Hoe zielig zijn we
met onze bewaarde bossen
waar door hamsters aan geknaagd wordt
elk nieuw seizoen een beetje meer -
een beetje meer beton
en minder boom
Na ons zullen de mensen
blij zijn met enkele potten
op hun vensterbank
kunstmatig gras en
vijvers helder als kristal
met vissen die speciale chloortabletten
dulden.


2.

Vannacht heb ik me
toch weer laten gaan:
een droom
een eden
was het.
Zonder naam, zonder herinnering
aan mijn vroeger bestaan
zwierf ik er rond
er waren mensen
die allemaal werkten
en dan rustten in de zon.
Zonder organisatie, wetten
of geschrift
ging elk zijn eigen gang
volmaakt waren de spijs en drank
en aangenaam de kleren in de schaduw,
maar toen ik wakker werd
zocht ik mezelf -
ik wist niet waar noch wie ik was
en angstig hoorde ik de vogels
in de ochtend.


3.

Soms gaat het beter over
dingen schrijven die onzichtbaar zijn:
in het donker bijvoorbeeld
of met je ogen dicht,
waneer de adem van de anderen
zacht wappert als een dun gordijn
van witte kant.
De plooien van de lakens
rond je kin
schuimen als bier.
De heuvels in de deken
zijn de zachtgewelfde huid gelijk
van dieren in hun slaap
weerloos hun buik omhoog
spinnen ze nog de opgevangen zon
tussen hun poten
als een kluwen rode wol.


Een ouderwetse zomer
4.

De kelder: in dit statige huis
ruikt hij nog ouderwets:
een mengeling van muffe
aardappel- en stof- en oude grondgeur
fris door de tegels dringend
koel en bijna een verademing
op een zomerse dag.
De sanseviera bloeit,
de woonkamer doordrongen
van de zoete druppels die
als suikerparels aan de magere bloemetjes
hangen en onmerkbaar vallen
als het donker is.
De trap ruikt eerder zuur:
een beetje van de kater
en een beetje van de bruine zeep
waarmee de gang geschuurd wordt.
In de kinderkamer hangt de geur
van melk en tandsiroop boven de wieg:
een weldaad voor de slaap.
En op zolder
is er oud papier en hout
en de verdampte lucht van
versgekookte luiers.
Mijn handen ruiken elk moment
weer anders: soms naar inkt
en rozenhoning-glycerine
soms naar waspoeder of naar ajuin.


Kortstondig is de reis
5.

Zo nu en dan
voel ik de nood
aan opluchtende woorden
als: nevellandschap in de
bleke ochtend - kompleet met
populier en oude boer
met pijp en pet
zich blijgezind begevend
naar Café "Vissers Voetweg".
Zoals: bombardementen stopgezet
of gijzelaars tijdelijk vrij.
Zoals: koolstronken blinken weer
na langverwachte regenbui zoals
de rode daken waarin
hier en daar één glazen dakpan
flikkert in de zon.


De tijd staat voor sommigen stil

6.

Het meisje met de paardetanden
glimlacht
(afgrijselijk de stilte
en de stank van mosselen en
opgedroogde mosterd).
Bleek en met roodgevlekte wangen
de zweetdoek van Veronica
onhandig rond zijn voorhoofd
gedrapeerd
glimlacht nu ook de jonge man,
denkt aan het bruidsbed
en de bruingevlekte hond ernaast
op het karpet.
O eindeloos duurt deze herfst!


7.

Wij talmen niet
geen tijd voor loos getreuzel
tijdens onze tocht
haastig vluchten wij voort
als wild als wolken
in september.
Ons doel is ongekend
en zonder boodschap
maken wij de reis
van niets naar niets.
Een beetje pijn,
een beetje stof en water,
schrammen op onze tere huid
zijn tastbaar -
en dan nog.


8.

Dan, op een dag
ruikt alles naar bederf:
de rauwe lever in de ijskast,
de gestremde melk,
het afgemaaide gras, de witte rozen.
Insekten dringen binnen
in het huis dat
warmer ademt dan
de natte aarde.
Men haalt de zonnebloemen
binnen voor de storm
en kijk:
in één nacht strooien ze
hun nutteloos geworden stuifmeel
uit als hoopjes eigeel
op de tafel en op het tapijt.
De laatste bromvlieg
sterft rumoerig
een zachte, wrede, okerbruine
dood.

Patricia Lasoen



Stuur ons een mailtje indien u een eigen gedicht wenst toe te voegen.

Poëzie Overzicht


Algemene Voorwaarden Copyright © 2002 - 2017 Regiobrugge.be - All Rights Reserved Privacy Policy