Home Classic Tourist Bedrijven    

Regiobrugge logo 10 Jaar
S.O.S. Lappersfort en Chartreuse
The Lappersfort Poets Society

Epitafium van François Villon

Gij gabbers, die na ons 't pai doortrotten,
Raakt ons in ou klapperkop niet kwijt.
Voor medelijden met ons krottig vlotten,
Staat ge bij de Grote Smees in 't krijt.
Ge knijst ons opgeknoopt, per vau, per heit.
De bast, met schranzen eens door ons verwijd,
Heeft zich al lang als sjaf verspreid.
De derig maast ons knoken ook geklist.
Dat onze proesdag niemand ooit verblijdt,
Maar nostert dat de granderik ons opvist.

Dat wie we met een gabbernaam opdoffen
Ons zo peiger lot niet loens bedibberen.
Het gemot laat ons de strop inploffen,
Maar al 't gajes is gedoemd te slibberen.
De zwarte koler mag ons lijk weggibberen,
Wijl Maria's koter onze schrik peilt.
Dat Jijzele, die van elk de bonjer wegkeilt,
Ons dan niet de zwarterik opdist.
De altijd durende is de bie gezeild,
Maar nostert dat de granderik ons opvist.

Het sauzen heeft ons boddie knijs gespoeld,
De glimmer maakt ons dor en zwart gefikt,
De ekster heeft ons sluik wreed omgewoeld,
De kraai maast ons de doppen uitgepikt.
Voor ons is gene zitterik geflikt;
In het gehaktak lijk de waai het schikt,
Zijn wij 't dak zonder pannen ingemikt.
De vliegerik heeft ons tot zeef geslist.
Maakt dat ge, bank, niet in deez' peiger zwikt,
Maar nostert dat de granderik ons opvist.

Prins Jijzele, banjer in de hogerik;
Dat wij niet rullen in de dieperik,
Want ginder wacht het flonken dat ons uitwist.
Gebroeze, knoerst niet met de demerik,
Maar nostert dat de granderik ons opvist.


Epitafium van François Villon werd naar Bargoens hertaald door Don Fabulist

Don Fabulist



Stuur ons een mailtje indien u een eigen gedicht wenst toe te voegen.

Poëzie Overzicht


Algemene Voorwaarden Copyright © 2002 - 2017 Regiobrugge.be - All Rights Reserved Privacy Policy